Nieuws uit de Brugse regio

Moon Art Gallery begint derde jaar met Lexicon van de Brugse Rock


Brugge, vrijdag 9/1/2004. De kritische en satirische website Moon Art Gallery www.moonartgallery.be is aan zijn derde jaargang begonnen. Het e-zine wil vooral een alternatieve leidraad zijn voor het culturele uitgaansleven in Brugge, een kritische uitlaatklep voor Bruggelingen die genoeg hebben van promotionele peptalk en pretentieuze prietpraat. Tijdens de eerste jaargang kreeg de M.A.G. 50.000 bezoekers over de vloer, tijdens de tweede jaargang drie keer zoveel. Sinds 15 augustus komen dagelijks zelfs 900 lezers een kijkje nemen. Eťn van de grote fans van de Moon Art Gallery blijkt burgemeester Patrick Moenaert te zijn, die de M.A.G. op zijn eigen website omschrijft als 'onvolprezen'.

Lexicon

Vandaag pakt de Moon Art Gallery uit met het 'Lexicon van de Brugse Rock', een overzicht van plusminus 45 jaar rockgeschiedenis in La Morte van A tot Z. Liefst 125 groepen/artiesten krijgen een plaatsje in het Lexicon van de Brugse Rock, dat voortaan permanent geraadpleegd zal kunnen worden. Meer dan 500 Brugse muzikanten werden opgenomen. Het betreft hier een complete update van de in 1992 in de Uitkrant verschenen Encyclopedie van de Brugse pop en rock, aangevuld met tientallen groepen die sinds dat jaar actief waren in onze stad. Het is de bedoeling dat dit naslagwerkje geregeld aangevuld wordt met nieuwe informatie rond Brugse rockgroepen. Het lexicon is het resultaat van maandenlang krantenknipsels, persmappen en eigen notities doorpluizen, telefoontjes plegen, e-mails behandelen, websites raadplegen. Samenstellers zijn Jon Misselyn en Philippe Lefief.

Bloemlezing

Hieronder vindt u Het verhaal van de Brugse rock. Alle groepen en artiesten die geciteerd worden komen in het lexicon uitgebreid aan bod : de bezetting, een bio, een discografie, een link naar de eigen website en een contactadres.

Het verhaal

Rock werd in 2004 vijftig, Brugse rock zal dus wel vijf ŗ tien jaar jonger zijn. In de jaren vijftig luisterde men in deze stad naar Roger Danneels, In de jukeboxen van toen geen spoor van Elvis Presley. De Wurlitzers en Rock-Ola`s van toen hielden het bij Francis Bay (Tequila), Ray Franky (Bittere tranen), Louis Prima (Buena sera) of Caterina Valente (Melodie d`Amour). In Antwerpen brachten Jack Sels, Charlie Knegtel, Marcel Bossut en andere jazzmuzikanten een perfect doorslagje van Bill Haley & His Comets, in Brugge was het Tony Serlet die de rock-`n-roll op bals en feestjes introduceerde.

DE JAREN ZESTIG

In de jaren zestig drong, naast de jojo en de hoelahoep, de rock-`n-roll pas echt door in deze stad. De Bruggelingen leerden de muziek kennen via punten die ze in de kartonnen doosjes van het smeerkaasmerk Kraft vonden. De eerste groep die vanuit Brugge opereerde en succes had was Ricky Morvan & The Fens. Ze speelden op kermisbals en `s zomers op de zeedijk. Andere groepen die in de jaren zestig behoorlijk boerden waren The Sparklets (van Johannes Schaeverbeke), The Ricky`s (van Ghislain Slingeneyer), The Beatniks (van Alex en Boris Erauw) en The Black Boys. Deze laatste groep was eigenlijk The Fens zonder Ricky Morvan. Het succes van de single Hey Lily was de man zodanig naar het hoofd gestegen dat zijn muzikanten hem eruit bonjourden. Ghislain Slingeneyer werd later producer van elpees/cd`s van onder meer Bert De Coninck, Marjan Debaene en The White House Band. In de zomer van 2004 speelt hij in het orkest van Rob De Nijs in Het Witte Paard in Blankenberge. Zijn zoon Steve is thans drummer bij Soulwax (van de gebroeders Dewaele).

DE JAREN ZEVENTIG

In de Brugse rockgeschiedenis van de jaren zeventig duiken ook Johannes Schaeverbeke en Alex Erauw op. De laatste bij Braincancer en Pluto, Schaeverbeke bij Quo Vadis. De roots van veel Brugse rockmuziek van vandaag ligt duidelijk in de jaren zeventig. Die beperkte zich toen tot drie kampen : de rechtvoorderaapse rock van St. James, de symfonische rock van Quo Vadis en de covergroepen Velvet Morning, The Avenue en Breathless, Met de opkomst van de punk kwam daar in 1978 The Bungalows bij, Red Zebra zeg maar.

Naast Quo Vadis was ook Second Life niet vies van bombast. Dertig jaar later erfde zanger Dirk Daneels` zoon Robin de naam van de groep. Uit Quo Vadis is Sfunks ontstaan, later Crapule de Luxe. Namen als Kries Roose en Eric Neels duiken thans nog geregeld op in muziekkringen, al heeft de rock voor deze laatste al een hele tijd plaats geruimd voor jazz. Van St. James blijft vooral NoŽl Van Oyen actief (thans bij Skov). Hitparadewerk zat er voor de Brugse groepen meestal niet in. In de jaren zeventig scoorde alleen Charles Dumolin goed met zijn Lester & Denwood.

DE JAREN TACHTIG

De jaren tachtig waren de jaren van de punk en de new wave. Uit Red Zebra zijn toen The Boy Wonders en His Royal Fume ontstaan. Na de split van The Boy Wonders en Abattoir werd The Brilliant Drumheads opgericht. Begin jaren tachtig duikt ook Paul Landau voor het eerst op, zij het als Paul Verplancke, bassist bij PŤre Allergique. Deze groep is ontstaan uit UXB en zal later Koudvuur heten. Zonder Paul Verplancke weliswaar, want die bast dan al bij Chacok Twice om later solo de wereld te veroveren of niet te veroveren. In die periode duikt ook voor het eerst de naam Vincent Pierins op, eerst als vervanger bij veel Brugse groepen, later als bassist van Hideaway, nog later als fully gerespecteerd muzikant, zowel in artisitieke als commerciŽle projecten, van Raymond van het Groenewoud, over Clouseau, Jan Leyers, Novastar, K`s Choice, Zap Mama tot zelfs K3 en de Ketnetband.

Andere groepen die in de jaren tachtig wel eens switchten van rock over punk naar new wave in beide richtingen waren : At last, Fizik, Foster Parents, Panique Catholique, Sponky Business, The Primes, Q-bic en Rasbabba. Na de eerste split van St. James in 1979 kwam de groep eerst op de proppen met vrolijke hitparademuziek (Ivy & The Teachers), maar bleek die formule niet te werken. Drummer Jean-Marie Peire en zangeres Ingrid Vonck vonden van wel. Ze zochten andere muzikanten en richtten Beauty & The Beasts op. Het werd een flop. NoŽl Van Oyen en Chris Claeys probeerden het met funk (Sprouts Utd.), maar ook die groep kwam niet echt van de grond. NoŽl probeerde het dan een tijdje bij Pico Bello, tot besloten werd St. James herop te richten. Die hield stand van 1984 tot 1988. St. James begeleidde Elvin op zijn enige single. Daarna werd Babytalk opgericht, met als zangeres Kate (van Acid).

De jaren tachtig waren ook de jaren van de hardrock en de heavy metal. Acid was een monument. Maar ook een groepals Bad Lizard deed het lang niet slecht. Voor blues moest je bij Hideaway zijn, of bij Big Fat Mama, met Jan Vermeersch, die later furore zou gaan maken als Edje Ska. Voor melodische pop moest je bij De Prutsers, Confidence Man, Blond of Cly-An zijn, de groep van Anne Clicteur en Geeraard De Groote (een naam die in de jaren zeventig al opdook bij Breathless en Velvet Morning). Met No debt zette Marbles de basis voor zijn Legal Suffering in de jaren negentig.

Raymond van het Groenewoud kwam in Brugge wonen en speelde er voor de fun met Perro om dezelfde muzikanten even later in zijn begeleidingsgroep op te nemen. Hij leerde hier Elsje Helewaut van Elisa Waut kennen, met wie hij Sailors don`t cry opnam. Hij werd ook bevriend met Phil Graveyard en nam zijn compositie Toujours `l Amour op. Een andere opmerkelijke zanger uit die tijd was Piet Focroul van Seed & Sower, die later weer zou opduiken bij After All, een crossovergroep (ontstaan 1988) die de jaren negentig zou beheersen en thans nog steeds actief is.

DE JAREN NEGENTIG

Voor hij bij After All ging zingen, deed Focroul dat een tijdje bij Split Window, en zo zijn we in de jaren negentig beland, de zoveelste poging van NoŽl Van Oyen om de wereld te veroveren. Het is ironisch bedoeld, maar veel Brugse muzikanten hebben er ooit van gedroomd. Veel grote Brugse groepen hebben de jaren negentig evenwel niet opgeleverd. After All werd beroemder in het buitenland dan in Brugge, Flatcat werd een van de bekendste Belgische punkbands, Peter Slabbynck scoorde nog maar eens met De Lama`s en keerde terug met Red Zebra, Maar de belangrijkste Brugse muzikanten van de jaren negentig waren ongetwijfeld TLP en Grazzhoppa, samen Rhyme Cut Core.

De jaren negentig kenmerkten zich door een veelheid aan stijlen. Zo had je (naast de reeds genoemde groepen) metalbands als Cowboys & Aliens en Denizen, de elektronische rock van Flintology en Soulsonic, de punk van The Mean Season en SFP, de hardcore van Chronic Disease, de new wave van The Dead Poets, de gothic van Foetal Void, de folkrock van Kick`em`Jenny, de progrock van MeadowÖ

Vooral de doorbraak van de elektronica en de hiphop zorgde voor een kleine revolutie . Rhyme Cut Core inspireerde heel wat Belgische groepen, ook Brugse. Last X-A Cution bijvoorbeeld, en Binks. Maar ook DJ`s als Basic, Flip, Tweet, Six AM en nog vele anderen (onbegonnen werk ze allemaal op te sommen!). In die context past misschien ook de vermelding van de groep Legal Suffering.

De blues bleef verder leven met Hideaway, The Alley Gators, The Chumps en Chile Con Carne. Heel wat muzikanten begonnen hun brood te verdienen met hun muziek en vormden groepjes als Catcher in the Rye, Jazzylipsy, Rhythm Deep, e.a. Maar ook veel amateurs gingen voor de fun de covertour op : Central Station, Daf Rekening, de Nadia Kremer Band, Main Street, JC Wolf, Johnny Champ & The Chimps, de Tembers, In Between, e.a. Andere groepen brachten liever eigen materiaal : The Bridge, Gilbert Isbin Group, Purge, That`s It, Mote, de portables e.a.

In Brugge heeft steeds het gevoel overheerst dat het vanuit de hoofdstad van West-Vlaanderen veel moeilijker was om door te breken dan vanuit Gent, Brussel of Antwerpen. Daardoor ging heel wat songmateriaal verloren. Om daaraan te verhelpen ging Peter Slabbynck begin jaren negentig van start met de cassettereeks No songs to waste, met compositorische hoogtepunten uit de Brugse rockgeschiedenis. Steven Van Havere van zijn kant stampte het project Underdog Rock uit de grond : cd`s die een overzicht gaven van wat toen leefde in Vlaanderen, al kreeg Brugge de hoofdmoot.

DE EENENTWINTIGSTE EEUW

We zijn nog niet eens halfweg het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw en enkele groepen hebben al serieus van zich laten horen : Lemon, BabL en Read, bijvoorbeeld, naast Flatcat en After All die al in de jaren negentig actief waren. Maar er loopt in Brugge nog wel meer talent rond. De platenfirma Eye Spy bijvoorbeeld, heeft een goed oog en oor voor jonge bands : Brave Like A Cowboy, SFP, Severance, Morda, Shredder staan misschien wel een mooie toekomst te wachten. Bij de hiphop zijn het De Nihilisten en vooral Indigenous die opvallen. Spaceman Spiff wordt een nieuwe rockrevelatie, naast Skov van NoŽl Van Oyen, die zijn plaats in de Brugse rockgeschiedenis blijft bestendigen. Aan covergroepen geen gebrek : Jazzylipsy en Rhythm Deep doen gewoon verder, maar krijgen concurrentie van Cajun Moon, Crazy Chester, Com`N, Sam`s Jam, King Harvest, Ana Da Lucia, Soul Spirit, Deepfreezer. Andere rock krijgen we van onder meer Abyss, Sourside, Galope, Gen Electric, Gentlemen Jack, Les Hommes de Terre, Underdog Experience e.v.a.

Allen dus naar www.moonartgallery.be.

(Jon MISSELYN)
Meer op www.moonartgallery.be
Meer over Rock/Pop/...    Jongeren    Media    Politiek    Brugse Bands    
afdrukken Afdrukvriendelijke versie mailenMail permalink naar dit bericht

Reageer via Facebook of twitter

Tweet

Vandaag